Voor veel telers voelt verduurzamen nog steeds als iets extra’s. Nog een regel. Nog een lijst. Nog een controle. Maar bij Farm Frites schuift het gesprek nu opvallend snel naar iets anders: niet alleen meer produceren, maar slimmer telen met meer aandacht voor plantgezondheid, bodem en weerbaarheid.
Dat verandert ook de dagelijkse praktijk. Minder denken vanuit problemen oplossen, meer vanuit problemen voorkomen. En dat klinkt misschien eenvoudig. In de praktijk vraagt het juist om andere keuzes, andere data en een andere blik op het hele bouwplan.
Van productie naar plantgezondheid
Bij akkerbouwers Rudi en Dominique Cammaert uit Schoondijke is die omslag al goed zichtbaar. Op hun bedrijf van 85 hectare telen zij aardappelen, bieten, granen, graszaad, luzerne, kapucijners en bruine bonen. Mogelijk komt er in 2026 zelfs weer vlas bij. Dat zegt iets over hun manier van denken: niet één gewas staat centraal, maar het geheel.
Dominique Cammaert ziet in haar werk bij Delphy dat de nieuwe aanpak steeds meer draait om “alles op groen houden”. Dus niet wachten tot een gewas onder stress staat, maar eerder ingrijpen. Biostimulanten, plantenfysiologie en slimme timing spelen daarin een grotere rol dan vroeger.
Het verschil is groot. Waar telers vroeger vaak dachten: hoe herstel ik schade zo snel mogelijk, gaat het nu vaker over: hoe voorkom ik die schade helemaal?
Wat Farm Frites concreet verandert
In het Future Farming Program werkt Farm Frites samen met telers, ketenpartners en adviesbureau Boerenverstand aan een toekomstbestendige aardappelteelt. Het bedrijf zet daar niet alleen kennis in, maar ook praktijkbegeleiding en financiële middelen.
Dat klinkt abstract, maar het effect is heel praktisch. Telers krijgen meer inzicht in hun prestaties via KPI’s, ofwel kritische prestatie-indicatoren. Die maken zichtbaar waar verbetering mogelijk is en welke maatregelen echt effect hebben.
Voor Farm Frites gaat het om meer dan alleen regels volgen. Het bedrijf wil op lange termijn kunnen blijven rekenen op aardappelen van goede kwaliteit. Daarom zijn bodemgezondheid, waterbeschikbaarheid, biodiversiteit en klimaatbestendigheid belangrijk geworden. Dat zijn geen zachte begrippen meer. Ze bepalen steeds vaker de opbrengst.
De rol van KPI’s in het dagelijkse werk
Bij de familie Cammaert wordt niet alleen naar de aardappelen gekeken. Zij gebruiken de Biodiversiteitsmonitor Akkerbouw om het hele bedrijf te beoordelen. Dat is handig, want een bedrijf is meer dan één gewas. De bodembedekking, het aandeel rustgewassen en de gewasdiversiteit tellen allemaal mee.
Veel van die cijfers zijn al ergens beschikbaar. Satellietbeelden laten bijvoorbeeld zien hoeveel grond bedekt is. Uit teeltregistratie en de Gecombineerde opgave komen andere gegevens. Zo ontstaat een vrij objectief beeld van hoe het bedrijf presteert.
Voor een teler betekent dat iets belangrijks: u ziet niet alleen wat goed gaat, maar ook waar ruimte zit. En juist daar begint verbetering.
Wat verandert er nu op het erf en in het perceel
De veranderingen zijn heel concreet. Rudi Cammaert vertelt dat er de laatste jaren veel meer bodembedekking is gekomen. Nog maar 12,5 hectare ligt zwart. De rest gaat groen de winter in. Dat is niet alleen mooi voor het oog. Het helpt ook tegen uitspoeling en draagt bij aan het bodemleven.
Een ander aandachtspunt is de aanvoer van organische stof. Daar zit nog winst. Denk aan organische mest, compost of het verhakselen van stro. Zulke keuzes lijken klein, maar ze werken door in de bodemstructuur en in de voeding van het gewas.
Ook bij gewasbescherming verandert het denken. Met waarschuwingssystemen kunt u soms een bespuiting uitstellen. Als dat zeven keer lukt, scheelt dat al één bespuiting. Dat is niet alleen goed voor het milieu, maar ook voor de portemonnee.
Waarom de bodem ineens zo centraal staat
Er is een simpele gedachte die in dit verhaal steeds terugkomt: de bodem voedt de plant en de plant voedt de bodem. Die wisselwerking werd volgens de telers te lang te weinig meegenomen.
Dominique Cammaert zegt het scherp. Eerst ging het vooral over de bodem voeden. Nu gaat het weer om bodem én plant samen. Groenbemesters worden niet meer gezien als tussendoortje, maar als volwaardig gewas. In oktober begint eigenlijk al de teelt van het volgende gewas.
Dat vraagt om een andere blik op het bouwplan. Niet alleen oogsten wat nu op het veld staat, maar ook nadenken over wat daarna komt. Dat is de kern van regeneratieve landbouw: bouwen aan iets dat sterker terugkomt dan het was.
Welke beloning staat daar tegenover
Meedoen aan het programma levert niet alleen kennis op. Aan het eind van het seizoen volgt een berekening van de score en een bonus die kan oplopen tot maximaal 500 euro per hectare. Gemiddeld ligt dat lager, rond de helft. Toch maakt die beloning veel uit. Het geeft erkenning voor de extra moeite.
Boerenverstand helpt telers bij het verzamelen van de juiste data en het berekenen van de KPI’s. Goede data zijn belangrijk. Zonder betrouwbare gegevens is een score weinig waard. En als beloning eraan vastzit, moet de onderbouwing stevig zijn.
Volgens adviseur Annelies van Zinderen is het ook belangrijk dat telers handelingsperspectief krijgen. Dus niet alleen cijfers zien, maar direct weten welke maatregel verschil maakt. Zo blijft doelsturing iets waar u als ondernemer mee uit de voeten kunt.
Wat dit betekent voor de toekomst van de teelt
De verwachting is dat er in de keten meer waarde komt voor robuuste rassen, minder stikstofgebruik en een teeltsysteem dat beter tegen droogte kan. Dat sluit aan bij wat de markt wil. Fastfoodketens en andere afnemers kijken steeds kritischer naar kwaliteit, maar ook naar duurzaamheid.
Rudi Cammaert ziet dat het soms spannend blijft. Minder stikstof gebruiken kan risico geven. Toch blijkt niet elk seizoen hetzelfde te reageren. In een droog jaar neemt het gewas extra mest soms simpelweg niet op. Dan is meer bemesten geen oplossing, maar juist een gemiste kans.
De kern is duidelijk: de akkerbouw verandert van een systeem dat vooral op volume stuurt naar een systeem dat ook op weerbaarheid, bodemgezondheid en meetbare vooruitgang stuurt. Voor telers betekent dat meer inzicht. En ook meer keuzeruimte.
Dat is misschien wel de grootste verschuiving van allemaal. Duurzaam telen is niet langer alleen een ideaal voor later. Het wordt steeds meer iets wat u vandaag al in uw dagelijkse praktijk terugziet.






