De export van Nederlandse aardappelen schuift dit seizoen opvallend weg van België en het Verenigd Koninkrijk. Dat klinkt misschien als een klein marktverhaal, maar achter die cijfers zit een veel groter beeld. Meer aanbod uit eigen land, veranderende vraag en scherpe handelsverschillen spelen allemaal mee.
Waarom de export naar België zo hard terugvalt
België blijft wel de grootste afnemer van Nederlandse consumptieaardappelen. Toch is de afname flink lager dan vorig seizoen. Tot 28 februari 2026 ging het om bijna 203.000 ton. Dat is ruim 40.000 ton minder dan een jaar eerder.
De reden is eigenlijk heel concreet. De Belgische verwerkende industrie heeft uit de oogst van 2025 al genoeg aardappelen uit eigen land. Als de eigen opslag vol zit, wordt er minder snel over de grens gekocht. Dan valt Nederlandse export direct terug.
Voor Nederlandse telers is dat een voelbare klap. Wie rekende op een stevige Belgische vraag, ziet nu een markt die veel rustiger is geworden. En dat werkt meteen door in prijs, afzet en planning.
Verenigd Koninkrijk koopt bijna niets meer
De daling naar het Verenigd Koninkrijk is nog opvallender. Tot en met 28 februari ging het om slechts 144 ton. Een jaar eerder stond de teller rond dezelfde datum nog op bijna 13.000 ton.
Dat verschil is enorm. Het laat zien hoe snel handelsstromen kunnen verschuiven. Een land dat vorig seizoen nog een serieuze koper was, staat nu bijna stil. Dat is geen toeval, maar vaak het gevolg van andere voorraden, andere prijzen of een andere vraag in de markt.
Voor wie alleen naar het eindcijfer kijkt, lijkt het misschien een kleine handelstak. Maar voor aardappelhandelaren telt elk transport. Minder afzet naar het Verenigd Koninkrijk betekent dus meteen minder ruimte voor Nederlandse exporteurs.
Waar de Nederlandse aardappelen nu wél heen gaan
Terwijl België en het Verenigd Koninkrijk terugvallen, stijgt de export naar andere landen juist. Duitsland kocht tot en met februari ruim 46.500 ton. Dat is 15.000 ton meer dan in dezelfde periode vorig jaar. Frankrijk nam bijna 38.500 ton af, een stijging van ruim 2.000 ton.
Ook Spanje en Roemenië vallen op. Spanje heeft zijn afname meer dan verdubbeld. Van ongeveer 2.000 ton vorig jaar naar bijna 5.000 ton nu. Roemenië kwam uit op ruim 4.200 ton. Ook daar is bijna sprake van een verdubbeling.
Dat laat iets belangrijks zien. De Nederlandse aardappel blijft gewild, maar niet overal even hard. De markt zoekt als het ware een andere route. Waar het ene land minder koopt, pakt een ander land juist door.
De totale export staat lager dan vorig jaar
De totale export van Nederlandse consumptieaardappelen stond op 28 februari op ruim 439.000 ton. Een jaar eerder, eind februari 2025, was dat bijna 472.000 ton. Het verschil is dus duidelijk zichtbaar.
Dat zegt niet alleen iets over de handel. Het zegt ook iets over de balans tussen aanbod en vraag in Europa. Als grote afnemers minder nodig hebben, zakt het totale exportniveau snel. Zeker in een markt waar opslag, kwaliteit en timing zo belangrijk zijn.
Voor de sector is dat een spannend signaal. Want een paar tienduizend ton minder export klinkt abstract. In de praktijk betekent het minder vrachtwagens, minder contractdruk en vaak ook meer onzekerheid voor telers.
Buiten Europa verandert de vraag ook
Niet alleen binnen Europa schuift de afzet. Buiten Europa blijft Ivoorkust de grootste afnemer met 21.600 ton. Dat is stevig, maar ook daar zijn er verschillen per land en periode. Senegal halveert namelijk in de afname.
Vorig jaar kocht Senegal rond dezelfde periode nog bijna 31.000 ton consumptieaardappelen. Nu is dat nog geen 15.000 ton. Vorige maand werd daar zelfs helemaal niets aangekocht. Dat is een scherpe terugval.
Dit soort verschillen laten zien hoe kwetsbaar export kan zijn. Een land kan in een paar maanden van grote koper naar stille markt verschuiven. Voor Nederlandse exporteurs is dat lastig. Zij moeten steeds sneller schakelen en nieuwe afzet zoeken.
Wat dit betekent voor telers en handelaren
Voor telers betekent deze ontwikkeling vooral één ding: minder zekerheid. Als de vraag uit België wegvalt en het Verenigd Koninkrijk bijna stilvalt, moet de sector het elders zoeken. Dat vraagt om goede opslag, slimme timing en soms ook om geduld.
Handelaren kijken daarom veel breder dan vroeger. Duitsland, Frankrijk, Spanje en Roemenië worden belangrijker. Niet omdat de andere markten verdwijnen, maar omdat de vraag steeds grilliger wordt. Wie snel kan reageren, heeft voordeel.
Toch blijft er spanning. De Nederlandse aardappel is sterk, maar de markt is dat niet altijd. En juist dat maakt deze exportcijfers zo interessant. Ze laten zien dat achter een simpele zak aardappelen een wereld van handel, timing en concurrentie schuilgaat.
De kern in één blik
| Land | Trend tot 28 februari 2026 | Opvallend cijfer |
|---|---|---|
| België | Daling | Bijna 203.000 ton, ruim 40.000 ton minder dan vorig seizoen |
| Verenigd Koninkrijk | Sterke daling | 144 ton, vorig jaar bijna 13.000 ton |
| Duitsland | Stijging | Ruim 46.500 ton, plus 15.000 ton |
| Frankrijk | Lichte stijging | Bijna 38.500 ton |
| Spanje | Sterke stijging | Bijna 5.000 ton, meer dan verdubbeld |
| Roemenië | Sterke stijging | Ruim 4.200 ton, bijna verdubbeld |
De conclusie is helder. De Nederlandse aardappelexport zakt niet overal weg, maar verschuift wel flink. Vooral België en het Verenigd Koninkrijk kopen veel minder. Tegelijk winnen Duitsland, Frankrijk, Spanje en Roemenië terrein. Dat maakt deze markt misschien minder voorspelbaar, maar zeker niet saai.






