„Leuk dat het wordt omarmd”: zo maak je zelf Brabantse babi pangang, en dit maakt het zo bijzonder

4.4/5 - (65 stemmen)

Wie ooit een goed bord babi pangang heeft gegeten, weet het meteen: dit gerecht blijft hangen. Zilt, zoet, kruidig en krokant in één hap. En juist dat maakt het zo bijzonder om het nu zelf thuis te maken.

Waarom deze babi pangang zoveel mensen raakt

Babi pangang is geen gewoon vleesgerecht. Het is een bord vol geschiedenis, smaak en herkenning. In Nederland kreeg het een eigen leven in Chinees-Indische restaurants, maar de basis reist al veel verder terug. Dat maakt het extra leuk dat u dit gerecht thuis kunt maken met een duidelijke Brabantse link.

Het mooie is ook de mix. U proeft Chinese invloeden, Indonesische sporen en een Nederlandse draai die ooit in Eindhoven werd verfijnd. Dat klinkt misschien ingewikkeld, maar in de pan voelt het juist heel logisch. Warm vlees, diepe saus en dat krokante randje. Meer heeft u soms niet nodig.

Net als bij oma aan de keukentafel: zo maak ik een ouderwetse appel-rozijnencake thuis
Net als bij oma aan de keukentafel: zo maak ik een ouderwetse appel-rozijnencake thuis

Er zijn van die geuren die meteen iets losmaken. Warme boter, kaneel en appel uit de oven brengen u in één seconde terug naar vroeger. Deze ouderwetse appel-rozijnencake smaakt precies zoals u hem zich herinnert. Zacht, rijk en een beetje nostalgisch. Precies goed bij een kop koffie of thee.Waarom deze... Lees meer

204 stemmen· 35 reacties·

Dit heeft u nodig voor de Brabantse babi pangang

Voor dit recept werkt een groot stuk buikspek het best. Neem tijd mee, want juist rustig garen geeft straks die zachte binnenkant en krokante buitenkant. De saus heeft ook aandacht nodig. Daar zit de echte verleiding.

Ingrediënten voor de babi pangang

  • 2 kg buikspek
  • 4 steranijs
  • zout, naar smaak
  • 1 kippenbouillonblokje
  • 1 el donkere sojasaus
  • 50 ml lichte sojasaus
  • 50 ml Shaoxing rijstwijn

Ingrediënten voor de saus

  • 1 rode ui
  • 3 tenen knoflook
  • 5 cm gember
  • 1 el sambal oelek
  • 2 el roomboter
  • 2 steranijs
  • 1 el komijnpoeder
  • 210 g tomatenketchup
  • 1 el suiker
  • maïszetmeel
  • een scheutje witte wijnazijn
  • 3 el atjar

Voor erbij

  • rijst
  • komkommer
  • paksoi
  • olie om in te frituren
  • keukenpapier
💬
Een vraag over dit artikel?

Zo maakt u het stap voor stap

Neem hier gerust uw tijd voor. Dit is geen snel werk, maar wel echt de moeite waard. Het goede nieuws is dat het meeste werk rustig kan doorgaren. U hoeft dus niet de hele tijd boven de pan te hangen.

1. Kook het vlees zacht

Leg het buikspek in een grote pan en voeg koud water toe tot het vlees onderstaat. Doe de steranijs, wat zout, het verkruimelde bouillonblokje, de lichte sojasaus, de donkere sojasaus en de rijstwijn erbij. Breng alles aan de kook.

2. Laat het langzaam garen

Zet het vuur laag en laat het vlees ongeveer 2 uur zachtjes koken met de deksel op de pan. Schep af en toe het schuim van het water. Dat klinkt misschien simpel, maar het maakt het eindresultaat echt schoner en voller van smaak.

3. Laat het vlees afkoelen

Haal het buikspek uit de pan en laat het helemaal afkoelen. Dat is belangrijk, want koud vlees frituurt straks mooier en wordt krokanter. Een warm stuk vlees gaat eerder stomen dan echt bakken.

4. Maak de boemboe voor de saus

Pel de rode ui en de knoflook. Schil de gember en snijd alles grof. Maal dit samen met de sambal oelek in een hakmolentje tot een gladde pasta. Dit is de basis van de saus en die mag best stevig ruiken.

5. Bak de smaak op

Smelt de roomboter in een pan. Bak de boemboe samen met de steranijs en het komijnpoeder ongeveer 10 minuten. Roer regelmatig. U merkt dat de geur langzaam die diepe, warme restaurantstijl krijgt.

6. Maak de saus af

Voeg de tomatenketchup en de suiker toe. Schenk er een beetje kokend water bij en breng alles aan de kook. Meng een kleine hoeveelheid maïszetmeel met wat water en roer dit door de saus zodat die mooi bindt. Breng op smaak met een scheutje witte wijnazijn. Proef en voeg eventueel nog wat suiker toe als u hem iets zachter wilt.

7. Geef het vlees een krokante jas

Verhit de olie tot ongeveer 180 graden. Frituur het gekookte buikspek in porties ongeveer 3 minuten, tot het goudbruin en krokant is. Laat het daarna uitlekken op keukenpapier. Dit moment maakt echt het verschil. Zacht vanbinnen, knapperig vanbuiten. Precies waar u op hoopt.

Geen hutspot of boerenkool meer: deze lentestamppot met spinazie en feta is heerlijk fris en licht
Geen hutspot of boerenkool meer: deze lentestamppot met spinazie en feta is heerlijk fris en licht

Zodra de eerste zonnige dagen zich aandienen, krijgt u vaak meteen zin in iets lichters op tafel. Zware stamppot voelt dan al snel te veel van het goede. Deze lentestamppot met spinazie en feta is precies het frisse alternatief waar u op wacht.Waarom deze stamppot zo goed werkt in de... Lees meer

111 stemmen· 43 reacties·

Zo serveert u het als een echt restaurantbord

Snijd het vlees in plakken. Leg wat atjar op een schaal en verdeel de babi pangang erover. Schep de saus royaal eroverheen. Serveer met rijst, komkommer en paksoi voor frisheid en balans.

Die frisse groente is geen bijzaak. Ze haalt het vet van het buikspek een beetje op en maakt het bord lichter. Daardoor blijft u eerder nog even dooreten. En eerlijk is eerlijk, dat gebeurt hier snel.

Waarom dit recept thuis zo goed werkt

Het fijne aan dit recept is dat het groots voelt, maar toch haalbaar blijft. U gebruikt gewone pannen, simpele stappen en duidelijke smaken. Het geheim zit niet in ingewikkelde techniek. Het zit in tijd, rust en een goede balans tussen zoet, zout en zuur.

Juist daarom past dit gerecht zo goed bij een avond waarop u iets bijzonders op tafel wilt zetten. Het voelt feestelijk zonder overdreven gedoe. En als de eerste hap goed is, snapt u meteen waarom zoveel mensen hier zo dol op zijn.

Een gerecht met een verhaal

Misschien is dat wel het mooiste aan deze Brabantse babi pangang. Het is meer dan eten. Het is een gerecht dat reizen heeft gemaakt, smaken heeft gemengd en uiteindelijk in veel Nederlandse keukens terechtkwam. Dat het ook nog eens met Eindhoven wordt verbonden, maakt het verhaal alleen maar rijker.

U maakt dus niet zomaar een recept. U zet een stukje eetgeschiedenis op tafel. En dat met een saus die glanst en vlees dat kraakt als u erin snijdt. Leuk dat het wordt omarmd, inderdaad.

Bas Groen
Bas Groen

Ik ben Bas Groen, culinair schrijver en gastronoom met een passie voor lokale smaken en gastvrijheid. Ik ben afgestudeerd aan de Hogeschool van Amsterdam in hospitality management en werkte daarna tien jaar bij diverse bistro’s en boutique hotels. Mijn specialiteit is het verbinden van gastronomie met reizen en wonen: hoe smaakbeleving je huis, je stad en je vakanties kleurt. In mijn artikelen combineer ik praktijkervaring uit de keuken met eerlijke recensies en toegankelijke tips voor thuis. Ik schrijf omdat ik geloof dat goed eten mensen samenbrengt en elke ontmoeting bijzonder kan maken.

Artikelen: 0

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *