U kent ze vast: die lauwe satékroket uit de snackbar, net niet knapperig genoeg en vaak een beetje flauw. Zonde, want een échte satékroket kan zo ongelofelijk vol van smaak zijn. Met romige kokosmelk, kruidige pindasaus en mals kipvlees maakt u thuis een snack waar geen muur tegenop kan.
In dit artikel laat ik u stap voor stap zien hoe u zelf satékroketten maakt. Rustig uitgelegd, met duidelijke hoeveelheden en praktische tips. Het is echt minder moeilijk dan u denkt. En als u ze eenmaal heeft geproefd, wilt u ze waarschijnlijk nooit meer kopen.
Waarom zelf satékroketten maken?
Misschien vraagt u zich af: is het die moeite echt waard? Het antwoord is ja. Zelfgemaakte satékroketten zijn anders. Ze zijn rijker, kruidiger en u weet precies wat erin gaat. Geen vage bindmiddelen, maar echte kokosmelk, pinda’s en verse gember.
Bovendien kunt u de smaak precies afstemmen op wat u lekker vindt. Houdt u van pittig, dan gaat er gewoon wat extra chili bij. Wilt u het zachter en romiger, dan voegt u iets meer kokosmelk toe. Zo maakt u uw eigen perfecte kroket, helemaal naar uw smaak.
Ingrediënten voor ongeveer 12 satékroketten
Met onderstaand recept maakt u circa 12 middelgrote kroketten. Ideaal voor een borrel, een feestje of gewoon voor in de vriezer, zodat u altijd iets speciaals achter de hand heeft.
- 800 ml kokosmelk (bij voorkeur volvet, uit blik)
- 250 g geroosterde pinda’s (ongezouten)
- 200 g kipfilet
- 60 g bloem
- 50 g roomboter
- 25 g bruine basterdsuiker
- 25 g verse gember
- 2 eieren
- 2 tenen knoflook
- 1 sjalot
- 1 stengel citroengras (sereh)
- 3 el ketjap manis
- 1/2 el citroensap (vers geperst)
- Snuf chilivlokken (naar smaak)
- Zwarte peper en zout
- Paneermeel (ongeveer 150–200 g, ruim genoeg om te paneren)
- Zonnebloemolie om te frituren
Tip: zorg dat de boter, eieren en kokosmelk op kamertemperatuur zijn. Dan werkt alles net iets makkelijker en bindt de ragout mooier.
Stap 1: de pinda’s malen en de smaken voorbereiden
U begint met de basis: de pindasaus die in de kroket komt. Maal de 250 g geroosterde pinda’s in een keukenmachine tot een fijne pasta. Dit mag best iets grof blijven, dat geeft straks een lekkere bite. Heeft u geen keukenmachine, dan kunt u ook een vijzel gebruiken, al kost dat wat meer tijd.
Schil daarna de 25 g gember en hak deze heel fijn. Pel de 2 tenen knoflook en snijd of pers ze fijn. Pel de sjalot en snipper deze, maar leg het sjalotje nog even apart, dat gebruikt u later met de kip.
Stap 2: een romige, kruidige pindasaus maken
Zet een pan op laag vuur en schenk de 800 ml kokosmelk erin. Roer de gemalen pinda’s erdoor samen met de 25 g bruine basterdsuiker, de fijngehakte gember en knoflook. De keuken begint nu al heerlijk te ruiken.
Kneus de stengel citroengras door er met de achterkant van een mes op te slaan. Leg deze in de pan bij de kokos-pindasaus. Voeg 3 el ketjap manis, 1/2 el citroensap en een snuf chilivlokken toe. Laat dit mengsel ongeveer 30 minuten zachtjes inkoken met de deksel schuin op de pan. Roer af en toe zodat het niet aanbrandt.
De saus is goed als hij duidelijk is ingedikt en vol, diep naar saté ruikt. Haal dan de pan van het vuur en vergeet niet het stuk citroengras eruit te vissen.
Stap 3: de kip zacht en mals bakken
Snijd de 200 g kipfilet in heel kleine blokjes, ongeveer zo groot als een erwt. Hoe kleiner de stukjes, hoe fijner de vulling straks aanvoelt in de kroket. Bestrooi de kip met een klein beetje zout en peper.
Verhit een scheutje zonnebloemolie in een koekenpan. Fruit de gesnipperde sjalot op middelhoog vuur tot deze glazig en licht goudbruin is. Voeg dan de kipblokjes toe en bak ze rustig gaar. Laat de kip niet bruin bakken, hij mag wit en mals blijven. Zet het vuur uit en houd de kip apart.
Stap 4: de ragout binden met roux
Voor een stevige, niet te natte vulling maakt u een klassieke roux. Smelt in een tweede pan de 50 g roomboter op laag vuur. Voeg in één keer de 60 g bloem toe en roer met een garde of houten lepel tot een gladde pasta.
Laat dit mengsel 3 minuten zachtjes garen terwijl u blijft roeren. Zo verdwijnt de rauwe bloemsmaak. De roux mag niet bruin worden, hij moet licht van kleur blijven. Voeg dan beetje bij beetje de warme pindasaus toe en roer goed, tot u een dikke, gladde ragout heeft.
Voeg als laatste de gebakken kipblokjes met sjalot toe. Meng alles door elkaar en proef. Breng indien nodig verder op smaak met peper, zout, extra ketjap of nog een snuf chili.
Stap 5: de ragout laten opstijven
Giet de kipsatéragout in een lage schaal of ovenschaal. Strijk de bovenkant glad. Dek de schaal af met folie of een deksel. Zet de schaal minimaal 3 uur in de koelkast, maar liever een hele nacht. Hoe kouder en steviger de ragout, hoe makkelijker u straks kroketten kunt rollen.
U merkt dat de ragout na het koelen bijna als stevig deeg aanvoelt. Dat is precies de bedoeling. Zo blijft de vulling mooi in vorm tijdens het frituren.
Stap 6: kroketten vormen en paneren
Haal de koude ragout uit de koelkast. Verdeel de massa in porties van ongeveer 80 g. Dit kunt u met een lepel of met een kleine ijsschep doen. Rol elke portie met koele handen uit tot een stevige worst. Leg de rolletjes op een bord.
Klop in een diep bord de 2 eieren los met een vork. Giet op een ander bord een flinke laag paneermeel. Rol elke kroket eerst door het paneermeel, daarna door het ei en dan nogmaals door het paneermeel. Wilt u een extra dikke en knapperige korst, haal de kroketten dan nog een tweede keer door ei en paneermeel.
Leg de gepaneerde kroketten minstens 30 minuten in de koelkast voordat u ze frituurt. Nog beter is om ze eerst even in te vriezen. Zo blijven ze strak en barsten ze minder snel open in de olie.
Stap 7: frituren tot goudbruin en knapperig
Verhit de zonnebloemolie in een frituurpan of diepe pan tot 180 graden. Frituur niet te veel kroketten tegelijk, anders koelt de olie te snel af. Voor kroketten die uit de koelkast komen, houdt u ongeveer 3 minuten frituurtijd aan.
Frituur bevroren kroketten circa 5 minuten. Ze zijn klaar als ze goudbruin en krokant zijn en zachtjes boven komen drijven. Laat ze kort uitlekken op keukenpapier. De geur op dit moment is vaak al genoeg om iedereen richting keuken te laten lopen.
Serveren: zo maakt u het helemaal af
Serveer de satékroketten direct als ze nog heet en knapperig zijn. Lekker met een snee wit of bruin brood, een beetje grove mosterd of juist wat extra ketjap ernaast. Een frisse komkommersalade of atjar past er ook perfect bij.
Bewaar overgebleven, ongefrituurde kroketten in de vriezer. Leg ze eerst los op een plaat, vries ze in en doe ze daarna in een zak. Zo plakken ze niet aan elkaar en heeft u altijd een voorraad huisgemaakte satékroketten voor een luie avond.
Handige variaties en extra tips
Wilt u een mildere smaak, gebruik dan minder chilivlokken en iets meer kokosmelk. Voor extra pit kunt u een halve theelepel sambal toevoegen aan de pindasaus. En vervang de kip desnoods door pulled chicken of zelfs door fijngehakte champignons voor een deels vegetarische twist.
Het mooie is: als u dit basisrecept eenmaal kent, kunt u eindeloos variëren. Maar pas op, de kans is groot dat u na de eerste hap denkt: die snackbar, die mis ik echt niet meer.






