Een ovenschaal die sissend uit de oven komt. De geur van gesmolten kaas, pittige Groningse mosterd en zachte, sappige vis. En dan dat moment dat u met uw vork door die goudbruine korst gaat… daar doet u het toch voor?
Als u bang bent dat kabeljauw snel droog wordt, is dit gerecht uw redding. Deze kabeljauw in rijke Groningse mosterd-kaassaus is romig, vol smaak en toch heel makkelijk. Ideaal voor een doordeweekse dag, maar zeker goed genoeg voor bezoek.
Waarom kabeljauw in mosterd-kaassaus zo goed werkt
Kabeljauw is een heerlijke, neutrale witvis. Zacht van smaak. Als u hem te lang bakt in de pan, wordt hij droog en vezelig. Zonde van zo’n mooi stuk vis.
In de oven, onder een laag romige saus, blijft kabeljauw juist sappig. De vis gaart rustig in de saus. De mosterd en kaas geven pit en diepte. De tijm zorgt voor een kruidige noot. En het paneermeel vormt een knapperig laagje erbovenop.
U krijgt dus drie dingen tegelijk: malse vis, een rijke saus en een krokante korst. Zonder moeilijke technieken. Alleen even roeren, schenken en de oven zijn werk laten doen.
Ingrediënten voor kabeljauw in Groningse mosterd-kaassaus (4 personen)
Met onderstaande hoeveelheden zet u een goed gevulde ovenschaal op tafel voor 4 personen:
- 400 g kabeljauwfilet (4 gelijke stukken, liefst zonder vel)
- 75 g extra belegen kaas, geraspt
- 25 g bloem
- 20 g roomboter
- 200 ml groentebouillon
- 2 el Groningse mosterd
- 1/2 el citroensap
- 1 tl gedroogde tijm
- 2–3 el paneermeel
- Peper en zout naar smaak
Tip: gebruik echt Groningse mosterd. Die is wat grover en pittiger dan gewone mosterd. Daardoor krijgt de saus net dat ruige, noordelijke karakter.
Stap voor stap: zo maakt u kabeljauw in rijke Groningse mosterd-kaassaus
U hoeft geen chefkok te zijn voor dit gerecht. Als u een steelpan en een ovenschaal heeft, komt u al een heel eind.
1. Oven voorverwarmen
Verwarm de oven voor op 190 graden Celsius (boven- en onderwarmte). Vet een ovenschaal licht in met een beetje boter of olie. De schaal moet groot genoeg zijn om de stukken vis naast elkaar te leggen.
2. Romige basissaus maken (roux en bouillon)
Smelt de 20 g roomboter in een steelpan op laag vuur. Wacht tot de boter gesmolten is en de grootste bellen verdwijnen. Dan voegt u de 25 g bloem toe.
Roer met een garde tot een glad papje. Laat dit mengsel, de zogenaamde roux, ongeveer 2–3 minuten zachtjes garen. Blijf regelmatig roeren. Zo verdwijnt de rauwe bloemsmaak en brandt het niet aan.
Giet nu de 200 ml groentebouillon in kleine scheutjes bij de roux. Roer steeds goed tot de bouillon helemaal is opgenomen. Voeg dan pas de volgende scheut toe. Zo krijgt u een gladde saus zonder klontjes.
3. De Groningse mosterd en kruiden toevoegen
Als alle bouillon is toegevoegd en de saus mooi glad is, zet u het vuur op laag. Roer de 2 el Groningse mosterd door de saus. Voeg daarna de 1 tl gedroogde tijm en de 1/2 el citroensap toe.
Breng op smaak met peper en een snufje zout. Let op met zout, want de kaas is ook al zout. Laat de saus nog 2–3 minuten zachtjes doorkoken tot deze wat dikker wordt.
Belangrijk: maak de saus niet te dun. De kabeljauw geeft in de oven nog vocht af, waardoor de saus vanzelf iets vloeibaarder wordt. Een wat dikkere saus in de pan betekent een perfecte saus op tafel.
4. De vis voorbereiden
Spoel de 400 g kabeljauwfilet kort af onder de koude kraan en dep de stukken goed droog met keukenpapier. Dit helpt om de vis mooi te garen en voorkomt dat er te veel water in de schaal komt.
Leg de stukken kabeljauw naast elkaar in de ingevette ovenschaal. Bestrooi ze licht met versgemalen peper. Zout is meestal niet meer nodig, dat zit al in de saus en kaas.
5. Saus, kaas en krokant korstje
Schenk de warme mosterdsaus gelijkmatig over de vis. Zorg dat de kabeljauw goed bedekt is. De saus mag gerust een beetje rondom de vis staan.
Verdeel de 75 g geraspte extra belegen kaas over de saus. Strooi tot slot 2–3 el paneermeel eroverheen. Dit vormt straks een goudbruin, krokant laagje.
6. Oventijd: wanneer is de kabeljauw perfect gaar?
Schuif de schaal in de voorverwarmde oven. Bak de kabeljauw in ongeveer 20 minuten gaar. De bovenkant moet goudbruin zijn. De saus mag zachtjes bubbelen.
Twijfelt u of de vis gaar is? Steek voorzichtig een vork in het dikste stukje. Valt de vis makkelijk in lamellen uit elkaar en is hij mooi wit? Dan is hij klaar. Nog glazig? Dan nog een paar minuten terug in de oven.
Waarmee serveert u deze kabeljauw het beste?
Deze rijke mosterd-kaassaus vraagt om iets dat lekker veel saus kan opnemen. Een paar ideeën die altijd goed werken:
- Gebakken aardappeltjes of aardappelpuree: heerlijk om door de saus te halen.
- Gestoomde groenten zoals sperziebonen, broccoli of wortel: fris en licht naast de romige saus.
- Rijst of krieltjes uit de oven: makkelijk, zeker als u gasten heeft.
- Een frisse groene salade met een simpele vinaigrette voor wat zuur en crunch.
Zo maakt u er zonder moeite een complete maaltijd van. Niks ingewikkelds, wel heel gezellig aan tafel.
Handige tips en variaties op dit recept
Als u dit gerecht eenmaal heeft gemaakt, krijgt u vanzelf zin om te variëren. Een paar ideeën om het naar uw hand te zetten.
- Andere vis: geen kabeljauw in huis? Probeer koolvis, schelvis of wijting.
- Iets minder pittig: vervang een deel van de Groningse mosterd door gewone milde mosterd of voeg 1 el slagroom toe.
- Extra kruidig: voeg 1 teentje fijngehakte knoflook en 1 tl mosterdzaad toe aan de saus.
- Meer groente: leg plakjes prei, spinazie of dunne schijfjes courgette onder de vis in de ovenschaal.
- Krokant deluxe: meng het paneermeel met 1 el olijfolie en wat extra geraspte kaas voor een nog knapperiger korst.
Waarom dit recept blijft hangen
Er zijn van die gerechten die u na één keer maken niet meer vergeet. Deze kabeljauw in Groningse mosterd-kaassaus is er zo een. Simpel genoeg voor een drukke dag, maar bijzonder genoeg om indruk te maken.
De vis blijft perfect sappig. De saus is romig en krachtig tegelijk. En de oven doet eigenlijk het meeste werk. Voor u het weet, staat deze schotel regelmatig bij u op tafel.
Misschien wel het mooiste? Het ruikt al fantastisch terwijl het in de oven staat. Dat rustige wachten, met die geur in huis, maakt het eten straks nog net iets lekkerder.






