Stelt u zich dit voor: in Belgische schuren liggen nu 860.000 ton aardappelen te wachten op een koper. Dat is een recordoverschot en het knelt. Boeren zien hun inkomen slinken en er rijzen moeilijke vragen over wat er met die berg moet gebeuren.
Wat is er precies gebeurd?
De voorbije jaren plantten Belgische landbouwers steeds meer aardappelen. Het areaal steeg naar 107.000 hectare, waar het vroeger rond de 95.000 hectare lag. Tegelijk valt de vraag weg en blijft veel productie onverkocht.
De voorraad van 860.000 ton is 21 procent hoger dan het gemiddelde van de voorbije drie jaar. Dat cijfers komen van landbouwmagazine Vilt. Een ongeziene situatie, zegt aardappelexpert Guy Depraetere van het ABS.
Waarom daalt de vraag?
De wereldmarkt verandert snel. Amerikaanse tarieven maken Belgische diepvriesfrieten duurder. Tegelijk verschijnen spelers uit China en India, die snel groeien.
Bovendien daalden afnames bij fabrikanten. Sommige bedrijven namen minder af dan afgesproken. Boeren krijgen daar geen compensatie voor.
De prijs zegt alles
De prijs op de vrije markt kelderde van 18 naar 12,5 euro per 100 kilogram. Dat is bijna een halvering van het inkomen voor vrije partijen. Voor veel boeren dekt de opbrengst nauwelijks transportkosten meer.
Als gevolg verdwijnen contracten en vaste afzet. Boeren blijven zitten met aardappelen die ze niet kwijt raken. Dat knelt in de voorraadschuren en bij de portemonnee.
Wat gebeurt er met de overtollige aardappelen?
In het beste geval belanden ze in veevoeder of worden ze vergist tot biogas. Dat helpt, maar het levert meestal bijna geen geld op voor de boer. Soms krijgen ze enkel de transportkosten terugbetaald.
In het slechtste geval worden aardappelen terug op het veld uitgewerkt. Dat kan schimmels en plantziekten veroorzaken. Zo wordt de volgende oogst ook riskant.
Hoe reageren boeren?
Sommige boeren organiseren acties aan de boerderij. Depraetere vertelt dat zijn bedrijf een “1 kopen, 1 gratis”-actie runt. Ze verdienen er niets aan. Maar zo beperken ze hun verlies en houden ze klanten tevreden.
Toch praten veel boeren er niet over. Zij slikken verlies en gaan verder. Dat verklaart waarom het probleem soms intern blijft en niet meteen verandert.
Welke oplossingen zijn er?
ABS vroeg boeren om 20 procent minder te telen. Dat kan de prijzen stabiliseren, zeggen experts. Maar verminderen is geen makkelijke keuze. Boeren hebben inkomsten nodig en alternatieven zijn schaars.
Alternatieven zijn mogelijk maar beperkt. Groenten vragen andere machines en andere afzetkanalen. Maïs levert vaak minder winst en belandt meestal in veevoeder. Biogas en veevoeder verwerken helpt, maar lost niet het prijsprobleem op.
Wat betekent dit voor de markt en voor u?
Voor consumenten verandert de prijs van frietjes niet meteen. Verwerkers hebben beperkte capaciteit. Ze kunnen niet zomaar extra aardappelen verwerken zonder grote kosten voor opslag en invriezen.
Op lange termijn kan minder aanbod de prijs herstellen. Maar dat duurt maanden tot jaren. Intussen blijft de stress bij landbouwers groot en liggen schuren vol.
Wat zou de overheid en industrie kunnen doen?
Coördinatie tussen boeren, verwerkers en overheid helpt. Tijdelijke steun, logistieke hulp en investeringen in lokale verwerking kunnen verschil maken. Ook gerichte exportondersteuning zou helpen tegen oneerlijke concurrentie.
Transparante contracten maken risico’s kleiner. En betere afzetplanning voorkomt dat iedereen tegelijk meer gaat telen als de prijzen stijgen. Dat lijkt logisch. Maar in de praktijk is het moeilijk te organiseren.
Tijd voor keuzes en samenwerking
Deze crisis voelt urgent aan. Een ongeziene aardappelberg raakt niet opgelost door simpelweg te hopen dat de markt herstelt. Boeren, verwerkers en beleid moeten samenwerken. Anders blijft het verhaal zich herhalen.
U voelt misschien weinig direct effect. Maar dit raakt voedselzekerheid en de leefbaarheid van het platteland. Het is de vraag hoe we samen kiezen voor duurzame oplossingen, zonder dat de boer opnieuw de rekening betaalt.





